index A-Z

 

Terug naar de beginpaginamenu sluiteninleidingWie rijden er in een Adremo rolstoel?leren rijden in een Adremo rolstoelOntspannen rijden in de juiste houdingsturen met een goede hoofdbalansOntwikkelen naar zelfstandigheidAlle producten van AdremoAdres, routebeschrijving en medewerkersSpelletjes, foto's en meer Adremo-fun!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontspannen in de correcte houding

 
Kleine verschillen in de houding kunnen grote gevolgen hebben voor het bewegingspatroon, daarom kan de rolstoel traploos en nauwkeurig ingesteld worden op de maten van ieder kind. Door het verstellen van het modulaire zitsysteem kan met de rolstoel invloed uitgeoefend worden op de lichaamshouding van het kind en dit is van essentieel belang om het rijden mogelijk te maken. De verschillende onderdelen van de rolstoel moeten zo ingesteld worden dat deze ontspannen houding wordt bereikt en de hoofdsteun en voetpedalen beheerst bediend kunnen worden. Door het voetenplateau hoger of lager te brengen kun je bijvoorbeeld meer of minder flexie/extensie in heupen en knieën bewerkstelligen. Het naar voren of achteren verplaatsen van het plateau oefent invloed uit op de stand van de knieën. De hoek van de rugleuning heeft invloed op de heupen, en met de voetplaten geef je meer of minder doraal/plantair flexie.

Bij het kiezen van de juiste houding moet je vooral kijken naar de uitvoering van een bepaalde beweging, waarbij als criteria de bewegingsuitslag en de spierspanning gelden. Door goed te observeren zie je of bewegingen gemakkelijk of moeilijk uit te voeren zijn, en met die gegevens pas je de rolstoel verder aan. De bewegingsuitslag moet zo klein mogelijk te zijn, de spierspanning zo laag mogelijk. Rotatie van de romp moet tot een minimum beperkt worden omdat dit asymmetrie in de hand werkt en vaak negatieve orthopedische veranderingen tot gevolg heeft.

Het instellen gebeurt dus proefondervindelijk, op basis van observatie van veranderingen in de motoriek als gevolg van veranderde instellingen. Deze manier bleek in de praktijk de meest efficiënte manier om de rolstoel aan te passen aan de gebruiker.

Ontspannen

De beste voorwaarde voor het rijden is leren niets te doen. In de rolstoel moet een kind zich zo volledig mogelijk ontspannen. Om het ontspannen aan te leren en de verkregen houding een kans te geven moet zoveel mogelijk worden geoefend zonder fixaties in de rolstoel, aangezien deze spanningsverhogend werken. Vanuit de ontspannen houding wordt bewust gevraagd niets te doen en elke keer dat er iets beweegt - bijvoorbeeld een arm - wordt daarop gewezen en gevraagd de arm te ontspannen met soms enig sturen door de therapeut. Het vereist een voortdurende oplettendheid van de begeleider om spannings-veranderingen op te merken, de persoon dit te laten weten en pas weer verder te gaan als de spanning verminderd is.

Dit bewuste ontspannen kan zowel kinderen als volwassenen goed aangeleerd worden door ze te laten voelen wat los en wat stijf is. Bijna autoritair leer je kinderen de juiste dingen te doen (ontspannen) en de foute dingen te laten (het gaan staan in de rolstoel als ze zich teveel strekken). Dat bewuste ontspannen is zeer goed mogelijk. Waar het om gaat is de ontspanning van binnenuit de persoon te bewerkstelligen.

Emoties leren beheersen

De mens zit niet louter technisch in elkaar, maar een groot deel van zijn motorisch functioneren wordt beïnvloed door emoties. Als de motoriek gestoord is hebben emoties een groter effect op de bewegingen dan bij mensen met een normale motoriek. Het komt vaak voor dat kinderen wanneer het ze lukt om te rijden uit enthousiasme spontaan hun spieren spannen, zodat de rolstoel weer stopt. Omdat emoties - het blij zijn als iets lukt, kwaad zijn als het niet gaat, lachen als het leuk is - zich direct vertalen in onbeheerste bewegingen (dus direct invloed hebben op het besturen van de rolstoel) is het belangrijk ook emoties te leren beheersen. Omdat het leren beheersen of anders omgaan met emoties iets oplevert, heeft het zin om dit aan te leren. Dit aanleren gebeurt op dezelfde manier als het aanleren van ontspanning. Uitleggen hoe het werkt, eisen om rustig te zijn, zeggen dat kwaad worden geen zin heeft en alleen maar vervelende consequenties heeft voor het rijden.

Door het telkens herhalen, door het continue proces van oorzaak en gevolg, en resultaat bij juist handelen, worden op den duur de grenzen verlegd, en kunnen kinderen lachen of kwaad zijn zonder dat dit het rijden in de weg staat. Bij volwassenen en kinderen kan deze vorm van emotiebeheersing heel bewust getraind worden. In het begin van het leren rijden met de rolstoel is het niks doen en het leren beheersen van emoties van wezenlijk belang. Dit is een belangrijke stap in het leren beheersen van spasticiteit en zodoende weer gecontroleerde bewegingen te kunnen maken.

Ontspannen actie

Wanneer een kind ontspannen in de juiste houding zit ben je vaak al een hele stap vooruit, maar alleen maar ontspannen zonder winst in je functioneren demotiveert en heeft weinig zin. Het moet dan ook gezien worden als de uitgangspositie om te beginnen met het aanleren van bewuste bewegingen. Ik ben er van overtuigd geraakt dat ontspannen, het niets doen, de basis is om iets te kunnen doen. Wat mij in de afgelopen jaren is opgevallen is dat meervoudig gehandicapte kinderen en volwassenen zich over het algemeen goed kunnen leren ontspannen volgens eerder beschreven methode. Zodra ze echter wat willen doen, neemt de spanning weer zo sterk toe dat de beweging niet adequaat meer is om iets aan te sturen.

Kleine bewegingen

Een beweging eist verhoging van de spierspanning, en daarom zijn de gevraagde bewegingen om de rolstoel te besturen zo klein mogelijk. Grote bewegingen zijn te onbeheerst, verhogen de spierspanning te veel, en kunnen daarom moeilijk worden aangewend om iets aan te sturen. De Adremo-rolstoel reageert op kleine bewegingen, en de bewegingsuitslag is traploos in te stellen, om met minimale spierspanningsverhoging zo goed mogelijk te kunnen sturen.

Weinig kracht

Niet alleen de grootte van de beweging beïnvloedt de spierspanning, maar ook de kracht die uitgeoefend moet worden om een actie te krijgen. Hoe meer kracht, hoe meer spanning en die moet juist vermeden worden. Om ook de kracht die gegeven moet worden te leren beheersen, is bij elke vereiste handeling de tegendruk traploos in te stellen. Als een ontspannen houding bereikt is die ook nog voldoende beweging toelaat, wordt de veerdruk ingesteld. Deze moet het teveel aan beweging onderdrukken, maar liefst ook niet zoveel inspanning vergen dat er veel spanning opgebouwd wordt. Verder heb je natuurlijk met een leerproces te maken: in het begin kan het nodig zijn om bij een bepaalde beweging veel tegendruk te geven, en later kan deze dan wat teruggebracht worden. Bij het instellen van de veerdruk wordt, net als bij het instellen van de houding, proefondervindelijk gewerkt. Door goed te observeren zie je of bewegingen gemakkelijk of moeilijk uit te voeren zijn, en met die gegevens pas je de rolstoel verder aan aan de persoon. Deze manier bleek in de praktijk de meest efficiënte manier om de rolstoel aan te passen aan de gebruiker. In de ideale situatie is de veerdruk zo laag dat er weinig kracht nodig is om de rolstoel te besturen. Dit is het beste omdat er dan geen spanning opgebouwd wordt. Vaak hebben de mensen met een hoge spierspanning de neiging om met ongedoseerde kracht het pedaal in te drukken tot het uiterste. Voor hen is het noodzakelijk om ook veel tegenkracht te bieden om het pedaal in de neutrale stand terug te laten keren. Vandaar dat de veer redelijk strak aangedraaid moet worden: door de hogere veerdruk voelen zij beter wat ze doen.

 

© 2010 Adremo Revalidatie Techniek